Illegale kranten en persdrukwerk in de oorlog

Portret van historicus Hendrik van Dijk, gespecialiseerd in de bezetting van Nederland tijdens WOII
Hendrik van Dijk
Historicus gespecialiseerd in WOII Nederland
Verzet en onderduik · 2026-02-15 · 5 min leestijd

Stel je voor: je leeft in een tijd waarin elke krant die je in de winkel vindt, gelogen is. De krant liegt niet per ongeluk, hij liegt omdat de bezetter dat eist.

In de Tweede Wereldoorlog was dit de harde realiteit. Maar waar censuur heerst, groeit verzet. Mensen begonnen stiekem hun eigen kranten te maken.

Geen glossy magazines, maar ruw papier, met de hand gezet en gevaarlijk om te verspreiden.

Dit verhaal gaat over de illegale pers: de moedige strijd om de waarheid te vertellen toen zwijgen de norm was.

Waarom begon de illegale pers?

De Duitse bezetter had één doel: informatie controleren. Via kranten en radio probeerden ze de bevolking gerust te stellen en hun eigen macht te vergroten.

Officieel nieuws was vaak propaganda, bedoeld om de vijand zwart te maken en de eigen fouten te verdoezelen.

Voor veel burgers was dit onvoldoende. Ze wilden weten wat er echt gebeurde aan het front en in de eigen straat. Illegale kranten boden een alternatief.

Ze verspreidden nieuws dat de bezetter verborgen hield, zoals de successen van de geallieerden of de gruwelijkheden van de bezetting. Het was een manier om de moed erin te houden en mensen te organiseren.

Hoe begon het? De eerste ondergrondse groepen

Al in de eerste maanden van 1940, direct na de inval, schoten de eerste illegale persgroepen als paddenstoelen uit de grond. In Nederland waren dit vaak kleine groepen vrienden of familieleden met een gedeelde overtuiging.

Een vroeg en bekend voorbeeld is de krant 'De Verklaring', opgericht door Jan van Ravenswaay in 1941. Deze krant begon klein, met een oplage van slechts 500 exemplaren. Het was handwerk: typen, stencilen en met de hand vouwen. Deze kranten waren vaak bedoeld voor een specifieke groep mensen, zoals intellectuelen of studenten, om ze wakker te schudden en te informeren.

De productie: handwerk in het donker

Maar hoe maak je een krant als je niets mag hebben? De productie was een hels karwei vol risico’s.

De materialen

Officieel drukpapier was onvindbaar. Dus gebruikte men wat voorhanden was: strookjes papier van de sigarenwinkel, oude schoolkladden of gestolen vellen uit kantoren. De inkt werd soms zelf gemengd, met behulp van roet of andere natuurlijke materialen, al was dat vaak van slechte kwaliteit. Professionele drukpersen waren te groot en te luid.

In plaats daarvan gebruikten verzetsleden kleine, handmatige persen, vaak verstopt in kelders, schuurtjes of achter muren. Een veelgebruikte techniek was de 'stencil' of het 'gestencilde' blad.

De druktechniek

Dit ging met een speciale machine waarop een moederblad werd getypt. Door het papier te beschadigen, ontstond er een sjabloon waarop inkt werd gerold.

Het was omslachtig, maar het werkte. Een typische illegale krant voelde vaak ruw aan en had een onregelmatige uitstraling, maar de boodschap was helder.

Bekende illegale kranten

Naast 'De Verklaring' waren er talloze andere bladen. Ze hadden allemaal een eigen focus en doelgroep.

In Nederland verschenen bladen als 'Het Koninkrijk', 'De Waaghalsing' en 'De Vrije Pers'. Sommige waren serieus en intellectueel, andere juist sarcastisch en provocerend. 'Het Koninkrijk' had bijvoorbeeld een uniek perspectief, omdat het werd gedrukt vanuit de Nederlandse Antillen of door mensen die daar banden mee hadden.

In België waren 'De Rode Leeuw' en 'De Waarheid' belangrijk, terwijl in Frankrijk kranten als 'Combat' (opgericht door Albert Camus) en 'L’Express' furore maakten.

De oplages varieerden enorm. Sommige kranten hadden maar een paar honderd exemplaren, terwijl anderen, zoals het in Londen gedrukte en via parachutisten aangevoerde 'Het Parool', tienduizenden bereikten.

De gevaarlijke kunst van distributie

De drukkerij was gevaarlijk, maar de distributie was dat nog meer. Een krant moest bij de lezer komen zonder dat de Sicherheitsdienst (SD) of de Gestapo het in de gaten had.

Dit gebeurde via complexe netwerken. Vaak werden kranten 's nachts bezorgd. Mensen fietsten in het donker van dorp naar dorp, met de kranten verstopt in fietstassen of onder kleding. Er bestonden speciale 'postduiven' (niet de vogels, maar mensen die routes liepen) en 'klikkers'.

Klikkers waren mensen die de kranten in brievenbussen stopten of op openbare plekken neerlegden. Sommige distributie gebeurde via 'wijknetwerken', waarbij elke straat een eigen contactpersoon had.

Om te communiceren gebruikte men codewoorden en signalen. Soms werden kranten verstopt in 'kistjes' die ondergronds werden begraven of achtergelaten op schijnbaar onschuldige plekken, om later opgehaald te worden.

De spanning was enorm; één fout kon leiden tot arrestatie.

De risico’s: een zware straf

De bezetter had geen tolerantie voor illegale pers. De SD en Gestapo speurden constant naar drukkerijen en distributeurs.

Werd je betrapt, dan wachtte een zware straf. In Nederland liep de straf voor het maken of verspreiden van illegale kranten in de jaren 1941-1944 op tot wel tien jaar gevangenisstraf. Maar vaak was het nog erger: velen werden gedeporteerd naar concentratiekampen of gefusilleerd.

Collaborateurs en spionnen vormden een constante dreiging. Toch bleven de makers doorgaan, gedreven door overtuiging en moed.

De impact: meer dan alleen nieuws

Wat brachten deze kranten eigenlijk teweeg? Hun impact was groter dan de oplage doet vermoeden.

Allereerst boden ze een tegenwicht tegen de constante propaganda. Voor de bevolking was het een bevestiging dat ze niet gek waren en dat de waarheid ergens bewaard bleef. Dit verhoogde het moreel en gaf mensen hoop.

Ten tweede waren ze cruciaal voor de organisatie van het verzet. Via de kranten konden groepen met elkaar communiceren, acties coördineren en plannen smeden zonder dat de bezetter het wist.

Hoewel de kranten vaak klein waren en ruw vormgegeven, waren ze een symbool van vrijheid.

Ze lieten zien dat je met weinig middelen toch een groot effect kon bereiken. Ze waren een gevaarlijk, maar essentieel wapen in de strijd.

Conclusie

De illegale pers in de oorlog was meer dan alleen papier en inkt.

Het was een daad van verzet, een bewijs van creativiteit en een uiting van onvoorwaardelijke moed. Ondanks de extreme risico’s en de beperkte middelen wisten bekende verzetskranten zoals Trouw, Vrij Nederland en Het Parool de bevolking te informeren, het verzet te organiseren en de controle van de vijand te ondermijnen. De geschiedenis van deze kranten herinnert ons aan de kracht van vrije meningsuiting en de prijs die mensen betaalden om de waarheid te vertellen.

Portret van historicus Hendrik van Dijk, gespecialiseerd in de bezetting van Nederland tijdens WOII
Over Hendrik van Dijk

Hendrik is een expert op het gebied van de Nederlandse oorlogsgeschiedenis.

Volgende stap
Lees het complete overzicht
Verzetsgroepen in Nederland een overzicht →