Laatste oorlogsmaanden in Nederland

Portret van historicus Hendrik van Dijk, gespecialiseerd in de bezetting van Nederland tijdens WOII
Hendrik van Dijk
Historicus gespecialiseerd in WOII Nederland
Bezetting van Nederland WOII · 2026-02-15 · 8 min leestijd

Stel je voor: het is november 1944. Het is bitterkoud, de grachten vriezen dicht en in de huizen is het donker en ijzig.

Er is geen kolen meer voor de kachel en nauwelijks eten. Dit was de realiteit voor miljoenen Nederlanders tijdens de laatste oorlogsmaanden. Het was een periode die de geschiedenis inging als de "Hongerwinter".

Hoewel het zuiden van het land al was bevrijd, bleef het westen tot het voorjaar van 1945 in de greep van de Duitse bezetter. In dit artikel duiken we in de extreme omstandigheden van die tijd: de kou, de honger en de moedige manieren waarop mensen probeerden te overleven.

De Spoorwegstaking en de Isolatie van het Westen

De herfst van 1944 was een keerpunt. Na de geallieerde landingen in Normandië in juni 1944 leek de bevrijding nabij.

In september 1944 begon de bevolking in het westen massaal te rekenen op de komst van de Canadezen en Amerikanen. Om de Duitse verplaatsingen te dwarsbomen, startte het spoorwegpersoneel een algemene staking. Dit had enorme gevolgen.

De Duitse bezetter reageerde fel: ze legden alle transport per schip naar het westen stil.

Voedsel dat nog in het oosten en noorden van het land was, kon de steden niet meer in. De verbindingen werden verbroken en het westen werd geïsoleerd. Dit zorgde voor een acuut tekort aan brandstof en voedsel. De bevolking had nog wel bonnen, maar de schappen raakten snel leeg.

De Strijd om Brandstof en Warmte

Het was het begin van een acht maanden durende strijd om te overleven. Zonder kolen of elektriciteit was het in de huizen ijskoud.

De winter van 1944-1945 was extreem streng en nat. Mensen raakten in paniek op zoek naar brandstof. Alles wat kon branden, verdween in de kachels.

Houten planken werden gesloopt uit leegstaande huizen, bomen werden gekapt en sommigen haalden zelfs de houten blokjes uit de tramrails.

De kou verergerde de honger. Doordat de waterwegen dichtvriezen, stopte ook de aanvoer via kleine bootjes. Mensen stonden uren in de rij bij gaarkeukens voor een karig bakje eten.

Veel mensen ondernamen gevaarlijke tochten naar het platteland, op zoek naar aardappels of groenten. Ze ruilten sieraden, horloges en kleren voor voedsel. De zwarte markt floreerde, met torenhoge prijzen: voor een brood betaalde je soms wel 25 gulden, een enorm bedrag in die tijd.

Overleven op tulpenbollen en bietenstamppot

Wanneer je geen aardappels of brood meer hebt, moet je creatief zijn. Het Voorlichtingsbureau van de Voedingsraad (de voorloper van het huidige Voedingscentrum) publiceerde recepten die we vandaag de dag amper voorstellen kunnen.

Zo werden tulpenbollen, suikerbieten en dahliaknollen verwerkt in maaltijden. In gemeenten zoals Oegstgeest konden inwoners tulpenbollen kopen voor ongeveer 75 cent per kilo.

De burgemeester verzekerde de bevolking dat deze bollen veilig te eten waren en meer voedingswaarde hadden dan aardappelen. Mensen maakten er tulpensoep, bietenstamppot en zelfs 'bollencake' van. Hoewel de smaak wennen was, was het een noodzakelijke manier om de honger te stillen.

Het toont de veerkracht van een bevolking die zich niet zomaar gewoon gaf. De officiële rantsoenen waren mager. Een volwassene kreeg soms maar 400 tot 500 gram aardappelen per week, en brood was schaars. Op de zwarte markt was vanalles te koop, maar voor exorbitante prijzen.

De Zwarte Markt en Schaarste

Een mud aardappels (ongeveer 60 kilo) kostte al snel 60 gulden op de illegale markt.

Hoewel de autoriteiten streng optraden tegen zwart handelen, was het voor velen een kwestie van overleven. De angst voor verraad en razzia’s was constant aanwezig.

De Rode Kruis Zendingen en Operatie Manna

Er was hoop. Tussen februari en april 1945 arriveerden vijf voedselzendingen van het Rode Kruis uit Zweden en Zwitserland.

Ze brachten bloem, gist, margarine en kaas. Hoewel het een druppel op een gloeiende plaat was, betekende het wittebrood van Zweeds meel voor veel mensen een verademing. Maar de rantsoenen daalden snel weer toen de voorraden op waren. Het echte keerpunt kwam in de laatste week van de oorlog.

Na moeizame onderhandelingen sloten de geallieerden en de Duitse bezetter een overeenkomst in het plaatsje Achterveld, bij Amersfoort. Dit leidde tot de beroemde operaties Manna en Chowhound.

Van 29 april tot 8 mei vlogen meer dan 5000 geallieerde vliegtuigen af en aan tijdens de voedseldropping Operatie Manna in 1945 om voedsel te droppen boven het westen van Nederland.

De pakketten zaten vol met bloem, suiker, vlees, kaas, chocolade en thee. In totaal werd er bijna 8 miljoen kilo voedsel gedropt. De bevolking juichte toe en de vreugde was enorm.

Tegelijkertijd reed operatie Faust met konvooien over de weg om aanvullende leveringen te brengen. Pas na de officiële capitulatie op 5 mei 1945 kwam er definitief een einde aan de honger.

Verhalen uit de Dagboeken: Angst en Hoop

Om de sfeer echt te voelen, moeten we kijken naar de dagboeken van mensen die het meemaakten.

  • F.J. Wijkhuizen, een zestienjarige jongen uit Delft, schreef over een diep gevoel van wanhoop: "Was ik maar dood."
  • Meneer C.L.M. Kerkhoven, een vijftigjarige professor uit Voorburg, beschreef het wachten in de rij bij de gaarkeuken en de fysieke zwakte van de honger.
  • Fie van Baaren, een huismoeder uit Delft, vermeldde dat de honger een constante gast was in huis, vooral voor de kinderen.
  • Rudolf Jacob Lodewijk Simons, een joodse man in Den Haag, zag hoe mensen huilend in de rij stonden als iemand hun plek innam of bonnen vergeten was. Het was een "gewoon verschijnsel" geworden.

Ze geven een scherp beeld van de emoties van die tijd. Ook studenten in Delft, zoals Dick Daalder, documenteerden de tijd. Met verborgen Leica-camera’s filmden ze stiekem de lege straten en de rijen bij de gaarkeukens. Hun werk laat zien hoe het dagelijks leven onder Duitse bezetting eruitzag en dat naast de angst voor razzia’s en ziekte, er ook een sterke hoop op bevrijding leefde.

De Nasleep: Een Veerkrachtig Volk

De laatste oorlogsmaanden waren extreem zwaar, maar ze toonden ook de kracht van de Nederlandse bevolking. De Hongerwinter van 1944 eiste zijn tol: duizenden mensen stierven door de honger en kou (naar schatting tussen de 18.000 en 22.000 mensen), maar het moreel brak niet volledig.

Zelfs na de bevrijding bleef de schaarste nog even aanhouden. Sommige producten, zoals koffie, waren pas in 1952 weer zonder bonnen verkrijgbaar.

Maar de creativiteit en de samenwerking die tijdens de oorlog waren ontstaan, bleven een erfenis voor de wederopbouw. Het verhaal van de laatste oorlogsmaanden is er een van verdriet en verlies, maar ook van moed en doorzettingsvermogen.

Veelgestelde vragen

Wat veroorzaakte de Hongerwinter in Nederland?

De Hongerwinter in Nederland, die in november 1944 begon, was het gevolg van een combinatie van factoren. De Duitse bezetting had de aanvoer van voedsel verbroken door de spoorwegen te blokkeren, waardoor het westen van het land geïsoleerd raakte en de winterse omstandigheden de situatie verergerden.

Hoe beïnvloedde de spoorwegstaking de situatie in het westen van Nederland?

De spoorwegstaking in september 1944 had verstrekkende gevolgen. Door de staking kon geen voedsel meer vanuit het oosten en noorden naar de steden worden getransporteerd, wat leidde tot een acute voedseltekort en een verstoring van de aanvoer van brandstof. Dit droeg direct bij aan de isolatie van het westen.

Welke extreme maatregelen werden genomen om te overleven tijdens de winter van 1944-1945?

Om te overleven tijdens de strenge winter van 1944-1945, waren mensen gedwongen tot extreme maatregelen. Ze sloopten houten planken uit huizen, kapten bomen en haalden zelfs houten blokjes uit tramrails om hun huizen te verwarmen, en ze ruilden waardevolle spullen voor voedsel.

Welke ongebruikelijke voedingsmiddelen werden in Nederland gegeten tijdens de Hongerwinter?

Omdat aardappelen en brood schaars waren, dienden mensen creatieve alternatieven te vinden. Tulpenbollen, suikerbieten en dahliaknollen werden verwerkt in maaltijden, en in sommige gemeenten konden inwoners tulpenbollen kopen voor ongeveer 75 cent per kilo, zoals in Oegstgeest.

Hoe was de economische situatie in Nederland tijdens de Hongerwinter?

De economie van Nederland was in chaos tijdens de Hongerwinter. De prijzen van essentiële goederen, zoals brood, schoten in de lucht, met een brood dat soms wel 25 gulden kostte. De zwarte markt floreerde, waardoor de bevolking gedwongen werd dure goederen te kopen, vaak met hun laatste bezittingen.

Portret van historicus Hendrik van Dijk, gespecialiseerd in de bezetting van Nederland tijdens WOII
Over Hendrik van Dijk

Hendrik is een expert op het gebied van de Nederlandse oorlogsgeschiedenis.

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Bezetting van Nederland WOII
Ga naar overzicht →