Werkkampen en strafkampen in Noord Nederland

Portret van historicus Hendrik van Dijk, gespecialiseerd in de bezetting van Nederland tijdens WOII
Hendrik van Dijk
Historicus gespecialiseerd in WOII Nederland
Kampen en gevangenissen · 2026-02-15 · 5 min leestijd

Stel je voor: je staat midden in de uitgestrekte weilanden van Drenthe of Groningen.

Het ruikt naar aarde en regen. Het is stil, maar de stilte voelt zwaar. Want achter die horizon gaat een verhaal schuil dat niet alleen over pioniersgeest gaat, maar ook over armoede, dwang en een duister hoofdstuk uit de Tweede Wereldoorlog.

Noord-Nederland, met zijn ruige landschap en kalme karakter, blijkt een broedplaats te zijn geweest voor werkkampen en strafkampen. Van de vroege eeuw tot aan de bevrijding in 1945 speelden deze kampen een cruciale, vaak vergeten rol. Laten we eens duiken in deze geschiedenis, zonder poespas, maar met de aandacht die het verdient.

De Vroege Jaren: Pionieren in Armoede (19e Eeuw - Begin 20e Eeuw)

Het begon allemaal in de 19e eeuw. Noord-Nederland had ruimte en werk nodig, terwijl het zuiden van het land kampte met overbevolking en armoede.

Dit leidde tot een stroom van ‘pioniers’ naar het noorden. Dit waren vaak grote gezinnen zonder geld of land die probeerden te overleven. Deze vroege kampen waren niet de strak georganiseerde kampen die we later zagen.

De Pionierskampen

Het waren vaak informele nederzettingen. De overheid en particuliere landheren zagen een kans: goedkope arbeid om de veengronden te ontginnen.

In ruil voor zwaar fysiek werk kregen de pioniers een stukje grond en een kleine financiële steun.

Schattingen wijzen uit dat tussen 1850 en 1910 enkele duizenden families zich op deze manier vestigden. Organisaties zoals de ‘Stichtings Maatschappelijk Landbouwgenootschap’ (SML) in Groningen speelden hier een sleutelrol in. Het was zwaar, de lonen waren laag, maar het was een begin van economische groei voor de regio.

De Geboorte van Gestruktureerde Werkkampen (1920 – 1940)

Na de Eerste Wereldoorlog en de economische crisis van de jaren twintig veranderde de situatie. Armoede werd een structureel probleem. De overheid kon dit niet alleen oplossen en zocht naar manieren om arbeidskrachten te huisvesten en te begeleiden.

Dit leidde tot de opkomst van gestructureerde werkkampen. Als je denkt aan werkkampen in Drenthe, denk je aan Ruigenvelde.

Werkkamp Ruigenvelde: Het Bekendste Voorbeeld

Opgericht in 1927 door de ‘Nederlandse Landbouwcoöperatie’ (NLC), was dit een enorm complex. Stel je voor: duizenden bewoners, voornamelijk afkomstig uit arme streken in Limburg en Noord-Brabant, die hier samenkwamen.

De omstandigheden waren primitief. De lonen minimaal, de arbeid zwaar. Toch presenteerde de NLC deze kampen als een sociaal vangnet: werk en woonruimte voor mensen die anders aan hun lot waren overgelaten.

Naast Ruigenvelde waren er ook kampen in Assen en Boerumerveen. De overheid droeg de kosten, maar de landbouwcoöperaties hadden de touwtjes stevig in handen.

De Duistere Jaren: Werkkampen tijdens de Tweede Wereldoorlog

Met de Duitse inval in 1940 veranderde alles. De bezetter had één doel: controle en uitbuiting.

De bestaande werkkampen werden overgenomen en omgebouwd tot concentratie- en strafkampen. De Duitse term was ‘Arbeitslager’ (AL). De kampen werden nu gebruikt voor politieke gevangenen, verzetsstrijders en Joden.

Van Werk naar Dwangarbeid

De arbeid was niet meer bedoeld voor de economische opbouw van Nederland, maar voor de Duitse oorlogsindustrie.

De omstandigheden waren barbaars. Voedsel was schaars, mishandeling aan de orde van de dag. Kampen zoals Groningen-Oudeschans, Hoogeveen en het beruchte strafkamp Kamp Erika bij Ommen werden ingericht als transitokampen. Vanuit hier werden duizenden mensen vervoerd naar grotere kampen in Duitsland, zoals Auschwitz of Neuengamme.

Kamp Westerbork: Het Symbool van Leed

Hoogeveen werd onder andere gebruikt voor de bouw van een luchthaven, onder zeer slechte omstandigheden. Een speciale vermelding verdient Kamp Westerbork in Drenthe.

Hoewel het vooral bekend staat als transitokamp, was het ook een werkkamp. Gevangenen moesten er werken aan de uitbreiding van het kamp zelf. Tussen 1942 en 1944 werden vanuit de geschiedenis en functie van Kamp Westerbork ruim 100.000 Joden en Sinti naar de vernietigingskampen in het oosten gedeporteerd.

Het was een plek van hoop en vooral enorm veel verdriet. De exacte cijfers van slachtoffers in deze Noordelijke kampen zijn moeilijk te geven omdat de Duitsers veel documenten hebben vernietigd.

Maar schattingen wijzen uit dat er in de kampen in en om Noord-Nederland duizenden mensen omkwamen door ziekte, uitputting en geweld.

Na de Oorlog: Een Moeizame Vrede

In 1945 werd Noord-Nederland bevrijd. De kampen werden gesloten, maar het leed was niet voorbij.

De overheid probeerde de overlevenden te helpen via instanties zoals de ‘Stichting voor de Hervorming van de Arbeid’ (SHA). Maar de psychische wonden waren diep. Integreren in de samenleving was moeilijk na wat ze hadden meegemaakt.

De ‘pionierskampen’ uit de 19e eeuw raakten in de vergetelheid, maar de herinnering aan de oorlogskampen bleef.

De naoorlogse economische groei zorgde ervoor dat de behoefte aan werkkampen verdween; de arbeidsmarkt veranderde en de welvaartsstaart kwam op gang.

Specifieke Locaties en Hun Verhaal

Om de impact echt te voelen, kijken we naar enkele specifieke locaties die het landschap van Noord-Nederland hebben getekend.

Werkkamp Ruigenvelde (Drenthe)

Dit kamp bestond van 1927 tot 1945 en huisvestte ongeveer 15.000 bewoners over de gehele periode. Tijdens de oorlog werd het gebruikt als strafkamp. Hoewel de overlevingskansen in Kamp Vught op Nederlandse bodem relatief hoger waren dan in de Duitse vernietigingskampen, waren de omstandigheden nog steeds extreem zwaar.

Groningen-Oudeschans (Groningen)

Tegenwoordig is er op de plek van het kamp een museum gevestigd dat de geschiedenis bewaakt. Een voormalig werk- en strafkamp dat werd gebruikt voor politieke gevangenen.

Westerbork (Drenthe)

Het kamp stond bekend om zijn wreedheid. De bewakers waren berucht en de sterftecijfers hoog.

Veel overlevenden hielden er ernstige psychische klachten aan over. Naast het feit dat het een transitokamp was, had Westerbork ook een duidelijk werkcomponent. Gevangenen moesten het kamp onderhouden en uitbreiden. Het is een plek die nu een nationaal monument is en herinnert aan de duizenden die hier vertrokken en nooit terugkwamen.

De Impact op Noord-Nederland

De aanwezigheid van deze kampen heeft Noord-Nederland op verschillende manieren beïnvloed. Economisch gezien hielpen de vroege pionierskampen bij de ontginning van de grond.

Tijdens de oorlog zorgden de kampen voor een schaduw over de streek. De kampen lieten zien hoe kwetsbaar mensen kunnen zijn in tijden van crisis en oorlog. De herinnering aan deze periode wordt levend gehouden door lokale musea, zoals het Herinneringscentrum Kamp Westerbork, en door monumenten in de provincie.

Het verhaal van de werkkampen en strafkampen in Noord-Nederland is er een van contrasten: van pioniersgeest en armoede in de 19e eeuw tot brute onderdrukking in de 20e eeuw.

Het is een verhaal dat je moet kennen om de geschiedenis van het noorden echt te begrijpen.

Portret van historicus Hendrik van Dijk, gespecialiseerd in de bezetting van Nederland tijdens WOII
Over Hendrik van Dijk

Hendrik is een expert op het gebied van de Nederlandse oorlogsgeschiedenis.

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Kampen en gevangenissen
Ga naar overzicht →