Twentse textielfabrieken en dwangarbeid

Portret van historicus Hendrik van Dijk, gespecialiseerd in de bezetting van Nederland tijdens WOII
Hendrik van Dijk
Historicus gespecialiseerd in WOII Nederland
Twente en Overijssel WOII · 2026-02-15 · 6 min leestijd

Stel je voor: Twente, eind 19e eeuw. Overal zie je fabrieksschoorstenen roken.

De klokken luiden, de weversmachines ratelen en de regio bruist van de energie. Het lijkt een ideaalbeeld van de Nederlandse industrialisatie, een verhaal van hard werken en succes.

Maar achter die glimmende katoenrollen en dikke bankrekeningen schuilt een veel donkerder verhaal. Een verhaal over handel, maar vooral over uitbuiting. De textielindustrie in Twente was een motor voor de economie, maar die motor draaide op een brandstof die werd gewonnen door slavernij en dwangarbeid. In dit artikel duiken we in de geschiedenis van de Twentse textielfabrieken. We laten zien hoe de rijkdom van de Twentse textielfamilies, gesteund door de Nederlandse Handel-Maatschappij (NHM), onlosmakelijk verbonden was met het leed van mensen aan de andere kant van de oceaan.

De Geboorte van de Twentse Textielindustrie

In de eerste helft van de 19e eeuw veranderde er veel in Nederland. Na de afscheiding van België in 1830 kreeg Nederland de ruimte om zijn eigen industrie op te bouwen.

Twente, met steden als Hengelo, Oldenzaal en Almelo, was de perfecte plek.

De ligging was gunstig, er was water en er was veel werkloosheid, wat zorgde voor een overvloed aan goedkope arbeidskrachten. De fabrieken schoten als paddenstoelen uit de grond. Ze maakten vooral linnen en later katoen, gebruikt voor kleding en stoffen die in heel Europa werden verkocht.

Een belangrijke innovatie was de ‘schietspoel’, een techniek die de productie enorm versnelde. Zonder deze fabrieken was Twente nooit zo rijk geworden. Maar de groei had een prijs.

De Rol van de Nederlandse Handel-Maatschappij (NHM)

Om deze textielfabrieken van genoeg geld en materiaal te voorzien, was een sterke partner nodig. Dat was de Nederlandse Handel-Maatschappij (NHM), opgericht in 1824.

De NHM was niet zomaar een bedrijf; het was een staatsbedrijf dat werd gesteund door het koningshuis. De NHM fungeerde als een soort bank en handelspartner in één. Ze leenden groot geld aan de Twentse fabrikanten en zorgden ervoor dat de machines en de grondstoffen konden worden geïmporteerd.

Zonder de investeringen van de NHM was de industrialisatie van Twente veel langzamer gegaan, of misschien wel gestopt.

De NHM was de motor achter de groei, maar die motor had brandstof nodig. En die brandstof kwam uit de Verenigde Staten.

Katoen: De Witte Goud met een Donkere Kant

De textielfabrieken in Twente draaiden op katoen. In de 19e eeuw kwam het grootste deel van dit katoen uit de zuidelijke staten van Amerika, zoals Louisiana, Georgia en Texas.

Daar werden enorme plantages gerund door blanke eigenaren, waar miljoenen zwarte mensen in slavernij werden gedwongen te werken.

De slavernij zorgde voor extreem lage productiekosten. Omdat de arbeid niets kostte (behalve het leed van de slaven), was de katoen spotgoedkoop. Dit maakte het voor de Twentse fabrikanten mogelijk om stoffen te produceren die goedkoop genoeg waren om te concurreren op de wereldmarkt.

De winst van de Twentse textielfabrieken was dus direct gekoppeld aan de slavernij in Amerika. Zonder deze onbetaalde arbeid was het economische succesmodel van Twente onmogelijk geweest.

De Amerikaanse Burgeroorlog en de Paniek in Twente

In 1861 begon de Amerikaanse Burgeroorlog. Deze oorlog ging grotendeels over de afschaffing van de slavernij. De gevechten verstoorden de aanvoer van katoen naar Europa drastisch.

In de Twentse archieven is te lezen dat de paniek groot was bij de textielfabrikanten, die later in Almelo in oorlogstijd en het verzet een cruciale rol zouden spelen.

Als er geen katoen kwam, stonden de machines stil en gingen de fabrieken failliet. De textielfamilies en de NHM zochten naarstig naar alternatieven.

Ze konden niet zomaar stoppen; hun hele economie was afhankelijk van deze grondstof. De oplossing werd gezocht in de koloniën.

Alternatieve Bronnen: Dwangarbeid in de Koloniën

Toen de Amerikaanse aanvoer stilviel, keken de Nederlanders naar hun eigen koloniale rijk. In Nederlands-Indië (het huidige Indonesië) en Suriname werd de productie van textielgrondstoffen opgevoerd.

Maar ook hier was geen sprake van vrijwillige arbeid. In Nederlands-Indië werd de lokale bevolking vaak gedwongen om gewassen verbouwen voor de markt, inclusief katoen of andere textielgrondstoffen.

Het systeem van gedwongen leveranties zorgde ervoor dat de Twentse fabrieken vanuit de koloniën konden blijven draaien. De afhankelijkheid verplaatste zich simpelweg van de slavernij in Amerika naar de gedwongen productie in de eigen koloniale bezittingen.

Suriname: Van Slavernij naar ‘Vrije’ Dwangarbeid

In Suriname werd de slavernij in 1863 formeel afgeschaft. Dit leek een groot goed, maar in de praktijk veranderde er voor de textielindustrie weinig op het gebied van uitbuiting.

De plantage-eigenaren, die katoen en andere gewassen verbouwden voor de export naar Europa, moesten op zoek naar arbeiders. Er werd een nieuw systeem geïntroduceerd: verplichte arbeid. Voormalige slaven waren wettelijk verplicht om nog tien jaar te werken op de plantages waar ze vroeger als slaaf dienden.

Ze kregen een hongerloon en hadden weinig keuze. Dit was in feite dwangarbeid onder een andere naam.

De Werking van het Dwangarbeidsysteem

Het systeem werd pas echt afgeschaft in 1873, maar tot die tijd bleef de productie voor de export (naar fabrieken zoals die in Twente, die later de Canadese opmars door Twente zouden meemaken) doorgaan onder erbarmelijke omstandigheden.

De overheid in Suriname dwong mensen om te werken onder dreiging van straf. Voor de Twentse textielindustrie betekende dit dat de grondstoffen nog steeds goedkoop binnenkwamen. De ethische kant van de zaak werd door de meeste fabrikanten genegeerd. Het ging om de winst en de continuïteit van de fabriek. De link tussen de schoorstenen in Hengelo en de dwangarbeid in Suriname was direct en duidelijk.

De Kinderwet en de Fabrieken in Twente

Naast de uitbuiting in de koloniën was er ook veel leed in de eigen fabrieken.

In de 19e eeuw was kinderarbeid normaal. Kinderen vanaf een jaar of tien werkten urenlang in de fabrieken, vaak in donkere, lawaaierige en gevaarlijke omstandigheden.

De maatschappelijke druk werd echter steeds groter. In 1874 werd de eerste Kinderwet ingevoerd door Samuel van Houten. Deze wet verbood het werk van kinderen onder de 12 jaar in fabrieken. Dit was een belangrijke stap, maar in de praktijk bleek de handhaving moeilijk.

Veel fabrieken vonden manieren om de wet te omzeilen. Ze lieten kinderen van 12 tot 16 jaar werken onder zware omstandigheden.

De inspectie was niet streng genoeg. Pas later, met de Arbeidswet van 1890, werden de werktijden voor vrouwen en kinderen beter gereguleerd.

Archiefonderzoek: Bewijzen in de Boeken

Om de geschiedenis echt te begrijpen, kijken we naar de archieven. Een goed voorbeeld is het archief van de firma C.T.

Stork & Co. in Hengelo. Door de personeelsadministratie te bestuderen, kunnen historici zien hoe oud de nieuwe werknemers waren bij hun indiensttreding. Onderzoekers zoals Griselda Molemans hebben deze archieven bekeken en ontdekken dat kinderarbeid nog lang doorging, ook na de invoering van de Kinderwet. In de vroege 20e eeuw stonden er nog steeds jonge kinderen ingeschreven. Deze cijfers tonen aan dat de werkelijkheid in de fabrieken harder was dan de wetten op papier.

Conclusie: Een Verborgen Geschiedenis

De geschiedenis van de Twentse textielfabrieken is een verhaal van succes, maar ook van morele blindheid. De regio Twente heeft haar rijkdom te danken aan een systeem dat draaide op slavernij in Amerika, dwangarbeid in Suriname en kinderarbeid in eigen land.

De Nederlandse Handel-Maatschappij en de textielfamilies wisten vaak dondersgoed waar hun katoen vandaan kwam en onder welke omstandigheden het werd verbouwd, maar ze kozen ervoor om weg te kijken.

De Kinderwet was een begin van verandering, maar het was een langzaam proces. Vandaag de dag is het belangrijk om deze geschiedenis niet te vergeten. Het herinnert ons eraan dat economische groei niet altijd moreel schoon is.

Door te praten over de dwangarbeid achter de Twentse textielindustrie, krijgen we een completer beeld van de Tweede Wereldoorlog in Twente en hoe Nederland is geworden tot het land dat het nu is. Het is een verhaal dat verteld moet worden, hoe pijnlijk het ook is.

Portret van historicus Hendrik van Dijk, gespecialiseerd in de bezetting van Nederland tijdens WOII
Over Hendrik van Dijk

Hendrik is een expert op het gebied van de Nederlandse oorlogsgeschiedenis.

Volgende stap
Lees het complete overzicht
Tweede Wereldoorlog in Twente een overzicht →